PHD: wat voor koolhydraten kunnen we het beste eten en hoeveel hebben we er eigenlijk van nodig?

We gaan verder met de koolhydraten, toch wel het meest controversiële onderwerp als je het over eten hebt. Het is een lang stuk geworden, maar er wordt dan ook veel besproken, o.a. hoe we onze bloedsuikerspiegel binnen de gezonde marges kunnen houden.

Op jouw gezondheid en die van je partner, je kinderen, je vrienden, je kennissen en wie al niet meer!    🙂

Annemieke

PHD: wat voor koolhydraten kunnen we het beste eten en hoeveel hebben we er eigenlijk van nodig?

  • Koolhydraten moeten 20-30% van de kcal uitmaken, behalve voor degenend die therapeutisch op een ketonendieet zijn (wat minder) of atleten in training (wat meer).
  • Ongeveer 85% van de koolhydraten in ons voedsel dient verteerd te worden naar glucose, 15% naar fructose; om die reden moet de voorkeur gegeven worden aan zetmeel boven suikers.
  • Zetmeel moet gegeten worden met vet, azijn en groenten om hun hyper-glycaemische toxiciteit te minimaliseren. Zetmeel hoort als voedsel bij een volledige maaltijd, en niet los te worden gegeten als snack!
  • Vermijd toegevoegde suikers. Wanneer je er wel aan toegeeft, houd je dan aan de 85% richtlijn door rijststroop of dextrose te gebruiken i.p.v. honing of sucrose.

Er zijn niet veel nutriënten die zo controversieel zijn als koolhydraten. Gewoonlijk zijn de richtlijnen voor voeding gebaseerd op wat iedereen doet. Over de hele wereld zijn er culturen die 50% van hun energie uit koolhydraten betrekken. Kunnen die het allemaal bij het verkeerde eind hebben?

Onder jager-verzamelaars zegt het gehalte aan koolhydraten in hun dieet meer over de beschikbaarheid van koolhydraten dan over de hoeveelheid die gezond is. De eilandbewoners van Kitava behouden hun gezondheid op een dieet dat bestaat uit 69% koolhydraten, en de Inuït hadden, voordat er handelsposten waren waar meel werd verkocht, een zeer laag percentage hart- en vaatziekte op een dieet met minder dan 5% koolhydraten.

Dit geeft aan dat een grote variatie in de hoeveelheid koolhydraat die wordt in genomen, overeen kan stemmen met een goede gezondheid.

Met de ontdekking door dr. Robert Atkins dat een dieet met weinig koolhydraten goed is om gewicht te verliezen, en door dr. Richard Bernstein en anderen dat zo’n dieet heilzaam is voor diabetici begon de moderne beweging van weinig koolhydraten. Een ketonisch dieet van weinig koolhydraten is een standaard-therapie voor epilepsie. Is een dieet dat therapeutisch is voor obesitas, diabetes en epilepsie misschien ook wenselijk voor gezonde mensen?

Om deze vraag te beantwoorden kijken we naar de biologie.

Twee soorten koolhydraten

Planten slaan op twee manieren koolhydraten op: als zetmeel of als suikers.

Zetmeel wordt volledig omgezet in glucose. Suiker komt in een aantal vormen voor, maar de meest voorkomende is sucrose, hetgeen wordt omgezet in gelijke delen glucose en fructose.

Omdat het de nutriënten zijn—glucose en fructose—die inwerken op het lichaam, zal de biologie ons vertellen hoeveel glucose en fructose we moeten eten. Van daaruit werken we terug naar onze optimale inname van zetmeel- en suikerhoudende planten.

Laten we beginnen met fructose.

Optimale inname aan fructose

De inname aan fructose moet onder de 25 gr (100 kcal) per dag liggen.

Fructose heeft twee belangrijke defecten als caloriebron:

  • Het is chemisch reactief. Fructose reageert snel met eiwitten om “geavanceerde versuikering  eindproducten” [in het Engels Advanced Glycation End Products, oftewel AGE’s, vert.] te maken, die normale functies verstoren. AGE’s binden collageen, hetgeen leidt tot stijve gewrichten en een oude huid, beschadigen DNA, versnellen veroudering, laten wanden van bloedvaten verstijven, hetgeen hoge bloeddruk veroorzaakt, en veroorzaken nierziektes.
  • Het is een nutteloos macro-nutriënt. Fructose speelt geen structurele rol in het menselijk lichaam. Het verteringsstelsel levert fructose af in de lever via de poortader en, op het niveau van fructose in natuurlijke voedsel— bij die eerste doorkomst door de lever wordt vrijwel 100% geabsorbeerd—er komt in essentie geen fructose in de algemene circulatie. In de lever wordt fructose omgezet in glucose, glycogeen, lactaat en vet. Het zegt ons dat het eerste wat het lichaam met fructose doet, is het omzetten in iets anders.

Als de evolutie de menselijke biologie zo heeft ontworpen dat het lichaam tegen fructose wordt beschermd, moeten we ons afvragen of fructose gezond is voor de weefsels die eraan blootgesteld worden—de darmen, de poortader en de lever.

En als fructose snel wordt omgezet in glucose en vet, vragen wij ons af of het misschien niet beter is om maar meteen glucose en vet te eten.

Dus misschien moeten we beginnen te kijken naar wat er goed aan is om sowieso fructose te eten.

Voordelen van fructose

Op het eerste gezicht lijkt fructose helemaal geen voordelen te bieden. Fructose in voedsel overleeft maar kort voordat het wordt omgezet in andere macro-nutriënten, over het algemeen glucose.

We kennen twee mogelijke voordelen van de consumptie van kleine hoeveelheden fructose:

  • Atletische prestaties. Wanneer het glycogeen niveau in de lever laag is, wordt het sportief presteren gehinderd. Een klein beetje fructose helpt het systeem zijn glycogeen aan te vullen, wat atleten helpt om snel te herstellen als ze meermaals per dag een wedstrijd hebben, en duur-sporters helpt om tijdens een wedstrijd glycogeen aan te vullen.
  • Katalyse van glycaemische controle. De lever beheert de bloedsuikerspiegel en kan dat beter doen als er lage doseringen fructose gegeven worden. Kleine “katalytische” doses fructose—minder dan 10 gram, maar typischer 3 gram per maaltijd; ruwweg de hoeveelheid in een stuk fruit of twee porties groentes—verbetert de glycaemische respons op zetmeel-rijke maaltijden. In een klinische test hadden diabetici een betere glycaemische controle, naarmate ze meer fruit aten.

Voor een inactieve volwassene is de assistentie in de glycaemische controle van belang. Voordelen van fructose zullen volledig worden gerealiseerd als je om en nabij de 15-25 gram fructose per dag eet (uitgaande van 3 tot 8 gram fructose per maaltijd en twee tot drie maaltijden per dag, plus een stuk fruit als snack of toetje).

Daarom schatten we de fructose-inname waarbij de voordeel verdwijnen op 25 gram, of 100 kcal per dag.

Toxiciteit van fructose

Een hogere inname van fructose kan zeer schadelijk zijn. We komen er later op terug, maar hier is alvast een korte opsomming:

  • In de darmen bevordert fructose het lekken van de darmwand en het vergiftigen van het lichaam door endotoxemie.
  • In de lever bevordert fructose een vette lever en het metabool-syndroom.
  • Het uitscheiden van fructose genereert urinezuur, dat gal- of nierstenen kan veroorzaken.
  • Als de lever niet snel genoeg van fructose af kan komen en het gehalte in het bloed verhoogd is, bevordert dat kanker.
  • Hoge doses fructose bevorderen duidelijk obesitas in klinische studies en in dierproeven.

Gegeven de gekende gevaren van een hoge fructose consumptie, lijkt het juist om de inname van fructose te minimaliseren.

Dus laten we dagelijks maximaal 100 kcal aan fructose consumeren.

De optimale inname aan koolhydraten vaststellen

Glucose is het “goede koolhydraat”— de suiker die in het bloed circuleert en die wordt gebruikt om essentiële moleculen te construeren, zoals geglycolyseerde proteïnen en fosfolipiden.

Het is onze strategie voor glucose en voor alle andere nutriënten om het optimale gezondheidsplateau te vinden—de inname waarbij de voordelen verdwijnen en er nog geen toxiciteit optreedt. Welnu, glucose wijkt van vele andere nutriënten af, omdat het lichaam glucose uit eiwitten kan produceren om een tekort op te heffen, en glucose in vet kan omzetten om een teveel te elimineren. Dit betekent dat het lichaam kan omgaan met zeer uiteenlopende hoeveelheden koolhydraten. Maar het stelt ons ook in staat om er op gemakkelijke manier achter te komen wat de hoeveelheid glucose is die het lichaam echt wil hebben.

Overweeg het volgende: als we de gegeten hoeveelheid koolhydraten afzetten tegen de hoeveelheid door het lichaam gebruikte glucose, kunnen we het volgende afleiden:

Bij een lage inname van koolhydraten zal het lichaam glucose uit eiwitten maken door een proces, dat gluconeogenese wordt genoemd. Het glucoseverbruik van het lichaam zal hoger zijn dan wat er met het voedsel is opgenomen.

Bij een hoge inname van koolhydraten zal het lichaam zich ontdoen van de overmaat aan glucose, misschien door het om te zetten in vet. Het glucoseverbruik van het lichaam zal lager zijn dan wat er met het voedsel is opgenomen.

Er tussenin zal er, waar de lijnen elkaar kruisen, een natuurlijke koolhydraten-inname zijn. Bij dit natuurlijke niveau is het aantal kcal, gegeten als koolhydraten, exact gelijk aan het glucoseverbruik van het lichaam. …

Laten we dit een “gematigd koolhydraten-dieet” noemen.

Het is zeker gezond om onze natuurlijke koolhydraatinname te eten. Was dat niet het geval dan zou de evolutie andere manieren hebben ontwikkeld om de bloedsuikerspiegel optimaal te houden.

Datzelfde vertrouwen kunnen we niet hebben in andere innames van koolhydraten. Een lage inname draagt het risico in zich van verminderd glucose-verbruik en het verlies van sommige voordelen. Een hoge inname van koolhydraten draagt het risico in zich om toxiciteit van een teveel aan glucose te scheppen, voordat het opgeruimd kan worden. Dit risico zal het grootst zijn bij de metabool-ziektes, zoals diabetes, maar is  in gezonde mensen mogelijk op een laag niveau aanwezig.

Het natuurlijke niveau van koolhydraten ligt op ongeveer 160 gram, of 640 kcal per dag voor een normale volwassen persoon.

Glucose wordt op drie manieren gebruikt in het lichaam: het combineert met eiwit om bouwmoleculen te vormen, glycoproteïnen genoemd; het is een alternatieve brandstof voor cellen om in plaats van vet te worden verbrand; het is een voorloper van dodelijke verbindingen  (“reactive oxygen species” of ROS), gemaakt door de immuuncellen.

Glycoproteïnen dienen als intermediair bij interacties tussen cellen. De evolutie van deze plakkerige glycoproteïnen heeft meercellig leven mogelijk gemaakt. Als mucine in mucus beschermt het de darmen en luchtwegen tegen ziekteverwekkers en vreemd materiaal. Het is ook een sleutelcomponent van tranen en spuug.

Hyaluronaan bevochtigt de gewrichten en voorziet in het vormen van cellen tot weefsel. Glucosamine en chondroïtine-sulfaat zijn net zo rijk aan suikers en zijn componenten die belangrijk zijn in het bindweefsel.

Glucose als brandstof voor neuronen

Men hoort vaak dat glucose de belangrijkste brandstof voor het lichaam is. Dit is geheel onjuist.

Het is waar dat alle menselijke cellen als het moet glucose kunnen metaboliseren. Maar mitochondriën, de energiecentrales in de meeste menselijke cellen, geven de voorkeur aan vet als brandstof. Behalve in specialistische cellen die geen mitochondriën bevatten (rode bloedlichaampjes) of die niet gemakkelijk aan vet kunnen komen (neuronen); of als zuurstof beperkt voorhanden is, zoals in spiercellen bij intensieve activiteit, is vet de meest belangrijke brandstof, die de voorkeur heeft.

Het gebruik van glucose als brandstof wordt gedomineerd door neuronen. De hersenen en zenuwen vereisen ongeveer 20 kcal per uur, wakend of slapend. Deze 480 kcal per dag kunnen enkel door glucose worden geleverd, of door een mengsel van glucose en ketonen (die worden verkregen uit vetten of eiwitten). Dus de consumptie aan glucose door de hersenen en de zenuwen zal ergens tussen de 150 en 480 kcal liggen, afhankelijk van de beschikbaarheid van ketonen.

Glucose voor spier-glycogeen

Naast de cellen, zoals neuronen en rode bloedlichaampjes welke routinematig glucose consumeren, consumeren spieren glucose in de vorm van glycogeen bij intensief gebruik. Glycogeen wordt gemaakt van lange ketens glucose gecombineerd met een pryofosfaat-groep en is energierijk omdat het gemakkelijk fosfaatgroepen kan leveren om adenosine trifosfaat te herstellen (ATP).

Het verbruik aan spierglycogeen is laag bij inactieve mensen, maar kan substantieel zijn bij atleten. … tot wel 1000 calorie per uur voor topatleten.

Bij een zuurstofverbruik van 25% van het maximum, leveren koolhydraten slechts 7,5% van de energie en vet 92,5%. Bij een verbruik van 85% van het maximum, zijn koolhydraten goed voor 75% van de energie en vet voor 25%.

Als we deze percentages doorrekenen naar het totale calorieverbruik, dan zien we dat goedgetrainde atleten, die op een zuurstofgebruik van 70% werken, ongeveer 500 kcal aan glycogeen per uur verbruiken. De meeste atleten zuilen minder verbruiken. …

Glucose als moordenaar

Bij de omzetting van glucose in energie wordt Reactive Oxygen Species (ROS) geproduceerd. Dit zijn gevaarlijke moleculen die cellen kunnen beschadigen of vernietigen. Dit vermogen wordt gebruikt door het immuunsysteem. Immuuncellen produceren een overmaat aan ROS uit glucose wanneer ze ziekteverwekkers, zoals bacteriën en schimmels, moeten doden.

Onder normale omstandigheden verbruikt het immuunsysteem niet veel glucose. Echter, mensen met bepaalde infecties kunnen extra glucose nodig hebben.

Tegenover de behoefte aan glucose staat de door het lichaam routinematige productie ten gevolge van metabolisme van vetten.

Vet wordt in het lichaam opgeslagen als fosfolipiden, de bouwstenen van de celmembranen, of als tri-glyceriden, die een opslagvorm van vetten zijn. Wanneer vetzuren worden geconsumeerd voor energie, worden de glycerol-molekulen uit de vetten vrijgemaakt en omgezet in glucose. …

Samenvatting: de natuurlijke inname van koolhydraten in het lichaam

Hoewel de precieze grootte van de diverse kwantiteiten niet zeker is, lijkt het erop dat de dagelijkse hoeveelheid consumptie van glucose ongeveer 480 kcal voor de hersenen en zenuwen is (afnemend naar zo weinig als 150 kcal indien er ketonen beschikbaar zijn), 200 kcal voor glycoproteïnen zoals haluronaan en mucine, 100 kcal voor spierglycogeen en gebruik door cellen van het immuunsysteem, de ingewanden en de nieren, gecompenseerd met ongeveer 200 kcal glucose, geproduceerd gedurende vetverbranding.

Voor inactieve, gezonde mensen is de natuurlijke inname van koolhydraten dan ook ongeveer 600 kcal aan koolhydraten per dag.

Een ketonisch dieet kan de glucosebehoefte met tot 300 kcal verminderen. Atletische activiteiten vermeerderen de glucosebehoefte met tot 500 kcal per trainingsuur. Ziekte of de genezing van verwondingen kan de behoefte aan glucose ook doen toenemen.

De bloedsuikerspiegel

Koolhydraatconsumptie moet niet leiden tot fluctuaties in de bloedsuikerspiegel. Een te hoge bloedsuikerspiegel is giftig.

De bloedsuikerspiegel moet tussen de 4,7 – 5,8 mmol/l liggen. Na het eten van koolhydraten moet de bloedsuikerspiegel niet hoger wordendan 7,8 mmol/l  en binnen een paar uur terugzakken naar de normaalwaarde.

Als de bloedsuikerspiegel buiten deze grenzen komt, kunnen er belangrijke gezondheidsproblemen ontstaan.

Hyper-glycaemie—een bloedsuikerspiegel die te hoog is—komt algemeen voor in diabetici en leidt tot orgaanschade en verhoogde mortaliteit cijfers. Zelfs in mensen die geen diabetes hebben, veroorzaakt een te hoge bloedsuikerwaarde na een maaltijd, zenuwbeschadigingen en wordt het risico op een hartaanval en kanker behoorlijk veel groter. Om deze risico’s te vermijden is het belangrijk om de bloedsuikerwaarde ook na de maaltijd onder de 7,8 mmol/l te houden. Doe je dat niet dan kunnen de zenuwen iedere dag, stukje bij beetje, vergiftigd worden.

Hoe kun je een te hoge bloedsuikerwaarde vermijden?

Dus hoe kunnen we een te hoge bloedsuikerspiegel na het eten van koolhydraten vermijden? Er zijn twee slechte strategieën en een goede.

Het verminderen van de consumptie van koolhydraten werkt niet.

Op een dieet met weinig koolhydraten wordt een groot deel van het lichaam insuline-resistent—dit betekent dat het niet reageert op de signalen van insuline en dus na een maaltijd geen glucose opneemt. Glucose wordt naar de lever gestuurd, waar het wordt opgeslagen in glycogeen en wordt later vrijgemaakt om door de hersenen te worden gebruikt.

Deze fysiologische insuline-resistentie is een beschermingsrespons van het lichaam die ervoor zorgt dat de hersenen blijven werken met een beperkte toevoer van glucose. Maar dit heeft een paradoxaal effect: omdat de rest van het lichaam weigert glucose op te nemen en de lever het langzaam opneemt, wordt een maaltijd van koolhydraten gevolgd door hogere bloedsuikerspiegels in mensen die weinig koolhydraten eten, dan in mensen die veel koolhydraten eten.

Een dieet met weinig koolhydraten kan het risico op hyper-glycaemie na de maaltijd verhogen.

Het eten van suiker in plaats van koolhydraten is niet slim

Suikers zijn gevaarlijker dan zetmeel, waarschijnlijk door fructose-toxiciteit. …

Wat is de beste strategie om de bloedsuikerspiegel onder controle te houden?

Voedsel met een Glycaemische Index (GI) , lager dan 55, is veilig. De GI van de meeste groente en fruit ligt onder deze waarde.

De GI van elk zetmeel is onder de 55 te krijgen door het zetmeel op de juiste manier te bereiden en het als onderdeel van een maaltijd te nemen, in combinatie met ander voedsel.

Hier zijn een paar manieren om de GI van zetmeelrijk voedsel te verlagen:

  • Kook op lagere temperaturen. Als zetmeel wordt gekookt in kokend water is zijn GI redelijk laag, rond 50 of 60; maar als het op hoge temperaturen wordt gebakken, bereikt zijn GI vaak de 100.
  • Vermijd industrieel bewerkt voedsel. Instant-rijst heeft een GI die bijna tweemaal zo hoog is als rijst die je zelf kookt. Onder tijdsdruk worden in fabrieken enorm hoge temperaturen gebruikt bij het maken van industriële voeding.
  • Eet zetmeel met vet. Vet verlaagt de snelheid waarmee zetmeel wordt verteerd, enorm. Daarmee wordt de piek in je bloedsuikerspiegel na een maaltijd substantieel lager. Met name zuivelproducten bewijzen hier een goede dienst—melk, boter, yoghurt, zure room. Doe wat boter op je aardappel!
  • Eet zetmeel met groentes. Het opnemen van vezels in een maaltijd brengt de GI van het zetmeel in belangrijke mate omlaag. Groentes zijn een natuurlijke manier om vezels aan je maaltijd toe te voegen.
  • Eet zetmeel met zuur, in het bijzonder azijn. Azijn, sap van gepekelde groentes en veel andere zuren verlagen de GI van zetmeel.

Kleven er gevaren aan een dieet met een hoog gehalte aan koolhydraten?

In de natuur komt de opname van een overmaat aan koolhydraten niet voor. Deze worden immers omgezet, voordat ze als nutriënten worden opgenomen in het lichaam. Dit geeft ons te denken.

Uit een groot onderzoek in de Verenigde Staten, waarbij verpleegsters vanaf 1980 gedurende lange tijd gevolgd werden, bleek dan de vrouwen, die veel (58,6%) koolhydraten aten zo’n 42% meer kans op een hartaanval hadden dan de vrouwen die minder (36,8%) koolhydraten aten, ook al rookten deze laatste meer en bewogen ze minder.

Een risicofactor voor hartziektes is een slecht bloed lipide-profiel—een hoog niveau aan triglyceriden, lage HDL-waarden en hoge waarden aan “klein, vast” LDL.

Wat niet zo algemeen bekend is, is dat een slecht lipideprofiel bijna uitsluitend wordt bepaald door de consumptie van een overmaat aan koolhydraten.

Een typisch Amerikaans dieet bestaat voor 50% uit koolhydraten, 35% vet en 15% eiwit. In een onderzoek van 6 maanden bleek, dat op dergelijke verhoudingen ongeveer 10% van de gedurende die tijd gegeten koolhydraten in vet geconverteerd waren, wat als verzadig vet opgeslagen werd in het vetweefsel.

Het lijkt gezonder en minder stressvol om meteen verzadigde vetten te eten in plaats van een overmaat aan koolhydraten.

Optimaal plantaardig voedsel

Nu hebben we voldoende informatie om het plantaardige voedsel te kiezen dat zal voorzien in onze koolhydraten.

Het doel is om dagelijks aan ongeveer 600 kcal aan koolhydraten te komen. Van die 600 kcal kunnen er 100 van fructose komen en 500 van glucose. Dus ons plantaardige voedsel moet 200 kcal uit suiker leveren (waarvan de helft fructose is) en 400 kcal uit zetmeel (wat volledig uit glucose bestaat).

We gaan kijken naar hoe we deze doelen kunnen bereiken met zetmeel- en suikerhoudende planten.

Veilig zetmeel

In deel III zullen we naar enkele onveilige zetmeelhoudende planten kijken: granen en bonen. Ze zijn onveilig, omdat ze gif bevatten na een normale bereiding.

Gelukkig zijn er een aantal veilige zetmeelhoudende planten met een minimum aan toxinen na het koken. Hierbij horen witte rijst, aardappel, taro, tapioca, sago, pompoenen, zoete aardappels, en nog wat andere.

Om aan de 400 benodigde kcal per dag te komen moet je dagelijks 4 vuistgrote porties aan veilig zetmeel eten—een of twee per maaltijd—en dat is de juiste hoeveelheid.

Gezonde suikerhoudende planten

Het aantal veilige zetmeelhoudende planten is beperkt, maar er zijn veel meer planten die een beetje fructose kunnen leveren als heilzame katalysator van de glycaemische controle.

Knol-, bol- en wortelgewassen, vruchten en bessen zijn suikerhoudende planten. Omdat Kalium een heilzaam nutrient is, moeten we planten eten met een hoge Kalium:fructose verhouding om de opname van Kalium te maximaliseren. Vooral tomaten scoren in deze hoog! Moderne variëteiten appels en peren scoren laag, omdat ze op zoetheid worden gekweekt.

De combinatie van zetmeel- en suikerhoudende planten

In de regel bevatten suikerhoudende planten minder kcal dan zetmeelhoudende. Dus ook als we twee keer zoveel kcal van zetmeel hebben als van suikers, zullen we een ongeveer gelijk gewicht aan de twee types plantaardig voedsel eten.

Een vuistregel om een dieet met een gematigde hoeveelheid koolhydraten te eten, is dat je 450 gram per dag veilig zetmeel combineert met 450 gram per dag aan suikerhoudende planten. Je kunt verder net zoveel laagcalorische groentes eten als je wilt (de laatste hebben net zoveel glucose nodig voor hun verbranding als ze leveren, vandaar dat je ze niet mee hoeft te tellen).

450 gram suikerhoudende planten is ongeveer 3 bieten, drie bananen of drie grote perziken per dag. Laten we dat veralgemeniseren tot drie of vier stuks fruit en/of suikerhoudende planten per dag.

Bewerkt voedsel

Als regel is het gezonder om planten in hun geheel te eten, zoals rijst of aardappels, dan hun gezuiverde nutriënten, zoals rijstemeel, aardappelzetmeel of rijststroop (wat tot suikers voor-verteerde rijstebloem is).

Als je ervoor kiest om zuiver zetmeel en suiker te eten, of voedingsmiddelen die daaruit gemaakt zijn, dan zijn dit onze richtlijnen:

  • Gebruik meel van veilig zetmeel. Veel gluten-vrije producten zijn daarvan gemaakt.
  • Gebruik zoetmiddelen die in glucose worden omgezet. Dat zijn o.a. rijststroop, tapioca-stroop en dextrose-poeder. Deze kunnen onvermengd worden gebruikt als 100% glucose, of worden vermengd met wat honing of suiker om een 80% zoetmiddel te creëren.

Uit:
Perfect Health Diet, Regain Health and Lose Weight by Eating the Way You Were Meant to Eat. by Paul Jaminet, Ph.D. Shou-Ching Jaminet, Ph.D.,  tweede druk, hst. 10

©2014 Nederlandse vertaling/bewerking: Centrum voor Innerlijke Vrede   www.kristalzout.nl

Over Annemieke Akker

As of 1988 I have been working with people who truly wish to be WHOLE/HEALED and wish to start living from their Essence. And in life encounter things that help to make a leap in consciousness or are wholesome for body and mind. The information I find most interesting and the stories that I want to share, are published on this blog.
Dit bericht werd geplaatst in gezondheid en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s