PHD: Wat het dieet van zoogdieren ons leert over voeding voor de mens

Biologisch gezien verschillen mensen niet van dieren. Echter, de grootte van onze hersenen noodzaken een kleine aanpassing in de verhoudingen tussen de verschillende macro-nutriënten. In onderstaand blog wordt hier dieper op ingegaan, alsook op waarom mensen, meer dan andere zoogdieren, hun voedsel het beste meteen in de juiste verhoudingen kunnen nemen.

Annemiek

 

PHD: Wat het dieet van zoogdieren ons leert over voeding voor de mens

Je kunt gezond zijn als je als een herbivoor eet, maar niet als je als een vegetariër eet!

Er zijn herbivoren, carnivoren en omnivoren in de dierenwereld. Waarom is het dieet van  dieren zo divers? Kan hun voeding ons iets vertellen over de optimale voeding voor de mens?

Alle zoogdieren hebben vergelijkbare macro-nutriënten nodig. Waarom eten zij zulk verschillend voedsel?

De transformatie van voedsel in nutriënten

Om deze paradox op te lossen moeten we aan het verteringsproces denken. Het is voedsel dat wordt gegeten; het zijn nutriënten die het lichaam bereiken na het verteringsproces. Ons spijsverteringskanaal zet voedsel om in nutriënten. Dat is geen eenvoudig proces. Het is niet alleen een kwestie van het afbreken van voedsel in zijn samenstellende nutriënten; sommige nutriënten worden ook getransformeerd in andere nutriënten.

In de meeste zoogdieren is de belangrijkste verteringstransformatie de fermentatie van vezels en koolhydraten in vetten—in het bijzonder in korte-keten vetzuren zoals propaanzuur en boterzuur—door darmbacteriën. Deze korte-keten vetzuren kunnen dan verlengd worden tot verzadigde vetzuren die in weefsels kunnen worden opgenomen, of gereduceerd worden tot ketonen die kunnen worden verbrand voor energie.

Ieder zoogdier dat een vegetarisch dieet eet, of een dieet dat gedomineerd wordt door planten, heeft sectoren in zijn spijsverteringskanaal die zich wijden aan bacteriële fermentatie. Er zijn globaal gezien twee groepen, voordarm en achterdarm fermenteerders. De herkauwers—runderen, schapen en geiten— zijn voordarm fermenteerders en hun spijsverteringskanaal begint met organen, magen genoemd, die zich wijden aan fermentatie. Bij andere soorten, zoals de gorilla, vindt fermentatie plaats in het achterste gedeelte van het spijsverteringskanaal, in de dikke darm.

Na vertering van vezels beslaat het deel aan verzadigde vetzuren en enkelvoudig onverzadigde vetzuren 58% van de calorieën.

Meervoudig onverzadigd vetzuren kunnen niet worden gemaakt van korte-keten vetzuren en komen van het oorspronkelijke vetgehalte in de voeding.

Net zoals in paleo-diëten van de mens, het “kannibalen-dieet” van vasten en moedermelk voor zuigelingen, wordt het merendeel aan calorieën verkregen als verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetten en de minderheid als koolhydraten en eiwitten.

Runderen, schapen en geiten

Herkauwers hebben speciale organen ontwikkeld voor de bacteriële vertering van plantaardig voedsel. In deze organen halen bacteriën elke calorie uit koolhydraten, geen enkele voor het dier overlatend. Als bijproduct van de vertering van koolhydraten maken de bacteriën vluchtige korte-keten vetzuren vrij. Deze vetten worden naar de lever getransporteerd, die ze gebruikt voor energie en voor de aanmaak voor de rest van het lichaam van suikers, ketonen en vetten.

De verwerking in de darmen levert alweer een vetrijk dieet op, dat weinig meervoudig onverzadigd vet bevat.

Wolven, honden en katten

De meeste wilde carnivoren verkrijgen bijna al hun energie uit dierlijk voedsel. … Je zou denken dat dit een eiwitrijk dieet oplevert, maar carnivoren geven de voorkeur aan de vettere delen van hun prooi en laten het magere spiervlees vaak liggen voor de aaseters. De verhouding vet:eiwitten is 74%:26%, waarbij katten helemaal geen koolhydraten eten. Over het algemeen maakt in carnivoren de lever glucose uit eiwitten om te voorzien in de behoefte van zenuwcellen en immuuncellen.

Muizen

Knaagdieren zijn omnivoren die in het wild veel zaden eten. Zaden bevatten, net als noten, vaak substantiële hoeveelheden vet. In laboratoria krijgen ze voer dat voornamelijk uit granen bestaat, welke heel veel zetmeel bevatten. De standaard laboratoriummuis eet voedsel dat veel koolhydraten bevat.

Maar wat willen ze echt eten? Als muizen zelf kunnen kiezen wat ze eten, verkiezen de meeste muizen voedsel, waar ze hun calorieën uit vet kunnen betrekken. Ze kiezen voor voedsel waar de meeste calorieën uit vet komen en de minste uit koolhydraten en eiwitten.

Samengevat

Wilde zoogdieren, ongeacht het voedsel wat ze eten, voorzien hun lichaam met vergelijkbare hoeveelheden macro-nutriënten in de volgende verhoudingen:

  • 0-16% koolhydraten
  • 15-25% eiwit
  • 56-77% verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetten
  • 1-11% meervoudig onverzadigde vetten

Een vergelijkbaar dieet voor mensen zou meer koolhydraten bevatten (om onze grotere hersenen te voeden) en minder eiwit en vet. We kunnen daaruit afleiden dan het optimale dieet voor mensen uit iets van 20% koolhydraten, 15% eiwit, 60% verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetten en 5% meervoudig onverzadigd vet bestaat.

Waarom een mens de optimale verhoudingen aan macro-nutriënten voor zoogdieren moet eten

Het spijsverteringskanaal en de lever transformeren voedsel in nutriënten die we nodig hebben. De darmen transformeren vezels in korte-keten vetzuren; de lever transformeert nutriënten in andere nutriënten.

Vergeleken bij apen zijn wij een deel van onze darmen kwijt. … Vergeleken met andere primaten hebben mensen een 12% kleinere lever en 40% minder darmen. Dat betekent dat ons vermogen om voedsel met een ongeschikt mengsel van nutriënten om te zetten in nutriënten die we nodig hebben om gezond te blijven, minder is.

Het wordt nog erger bij de transformatie van vezels in vet. Bij primaten wordt dit gedaan in de dikke darm. Verteerbare nutriënten—glucose, aminozuren en vetzuren— worden opgenomen in de dunne darm.

Van ons menselijke spijsverteringskanaal bestaat 67% uit dunne darm en 17% uit dikke darm. Het paleo-dieet lijkt zo dicht bij onze optimale behoefte aan nutriënten te liggen, dat we gestopt zijn met het gebruik van een groot deel van ons spijsverteringskanaal. Door evolutie zijn we 80% van onze dikke darm kwijtgeraakt en is onze lever gekrompen.

Dat impliceert dat wij mensen het beste gevoed worden als ons spijsverteringskanaal ons lichaam een mengsel van nutriënten levert dat bestaat uit meer vet en minder koolhydraten en eiwit. Anders dan andere zoogdieren ontberen mensen het vermogen om voedsel met het verkeerde mengsel aan nutriënten om te zetten in de juiste. Ons ontbeert in het bijzonder het vermogen om grote hoeveelheden plantaardig materiaal om te zetten in vet.

Meer dan dieren dat nodig hebben, moeten wij mensen ons natuurlijke voedsel eten—voedsel dat rijker is aan vet en armer aan koolhydraten en eiwitten.

Tussen mensen onderling zijn de verschillen in wat ze kunnen eten waarschijnlijk klein. Er is beslist geen reden om aan te nemen dat dat varieert met bloedgroepen of andere aspecten van onze biologie die niets met vertering van doen hebben!

De drie voedselstrategieën van zoogdieren

  • Omnivoren eten voldoende koolhydraten om rechtstreeks aan de behoefte aan glucose van het lichaam te voldoen.
  • Herbivoren krijgen weinig glucose uit hun voeding maar tot 70% van hun energiebehoefte uit korte-keten koolstofatomen, geproduceerd door bacteriële fermentatie. Korte-keten vetzuren met gelijke aantallen koolstofatomen kunnen in de lever worden getransformeerd in ketonen, die zenuwcellen voeden, de behoefte van het lichaam aan glucose verminderend; vetzuren met een oneven aantal koolstofatomen kunnen worden gebruikt om glucose aan te maken.
  • Carnivoren krijgen weinig tot geen koolhydraten uit hun voeding en voorzien in hun glucosebehoefte door glucose uit eiwit aan te maken.

Het feit dat deze strategieën alledrie succesvol zijn, toont aan dat zij alle een superbe gezondheid kunnen bewerkstelligen in zoogdieren. Dit houdt enkele implicaties in voor het dieet van de mens:

  • De meeste zoogdieren voorzien in hun glucosebehoefte door glucose in de lever aan te maken, niet door glucose te eten. Dit levert de suggestie dat er een voordeel voor de gezondheid kan zitten in het een weinig onder de behoefte van het lichaam houden van de inname van glucose en, door dat te doen, de bloedsuikerspiegel laag te houden. Dit is een aanwijzing voor de voordelen van een voeding met weinig koolhydraten.
  • De inname van korte- en middellange-keten vetten door zoogdieren bestrijkt een enorme schaal—van 0 tot 70%. Dit zegt ons dat korte- en middellange-keten vetten veilig zijn voor mensen en dat ketonen-diëten, diëten met een zeer hoge inname van kokosolie, die voor 58% uit middellange-keten vet bestaat—een werkbare voedingsstrategie van de mens kan zijn. Dit is goed omdat ketonen-diëten therapeutisch werken bij sommige ziektes.

Wij denken dat het eerlijk is om te zeggen dat de oplossing voor de optimale voeding van de mens er altijd al is geweest—in de dierentuin!

Het dieet van zoogdieren is een betrouwbare leidraad voor de behoefte aan nutriënten van het lichaam en daardoor voor wat wij moeten eten.

Om mee te nemen

De basisstructuur van een cel—een eiwitrijk intracellulair compartiment, omgeven door vettige membranen—is gedurende miljarden jaren niet veranderd. De noodzaak van cellen om energie te krijgen door zichzelf te kannibaliseren is gedurende al die tijd ook niet veranderd. Dus kan het geen verrassing zijn dat alle zoogdieren een vergelijkbare behoefte aan macro-nutriënten hebben.

Zoogdieren hebben verschillend voedsel nodig—sommige zijn herbivoren, anderen carnivoren—maar dit komt omdat zij een verschillend spijsverteringskanaal hebben, niet omdat hun lichaam verschillende behoeftes aan nutriënten heeft.

Alle zoogdier-diëten wijzen dezelfde basisverhouding van macro-nutriënten uit: een verhouding van macro-nutriënten die voor het merendeel uit vet bestaat, en voor een kleiner deel uit koolhydraten en eiwit. Een typisch zoogdieren-dieet bestaat uit ongeveer 10% koolhydraten, 20% eiwit, 65% verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetten en 5% meervoudig onverzadigd vet. Het aanpassen van deze getallen aan onze grotere herseninhoud geeft een optimale ratio aan voor mensen van rond de 20-30% koolhydraten, 15% eiwit, 50-60% verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetten en 5% meervoudig onverzadigde vetten.

Dit ligt erg dicht bij het paleo-dieet, het kannibalen-dieet van vasten en de samenstelling van moedermelk, aangepast aan de grootte van de hersenen!

Perfect Health Diet, Regain Health and Lose Weight by Eating the Way You Were Meant to Eat. by Paul Jaminet, Ph.D. Shou-Ching Jaminet, Ph.D.,  tweede druk, hst. 5

©2014 Nederlandse vertaling: Centrum voor Innerlijke Vrede   www.kristalzout.nl

Klik hier voor het overzicht van het dieet voor een perfecte gezondheid

Over Annemieke Akker

As of 1988 I have been working with people who truly wish to be WHOLE/HEALED and wish to start living from their Essence. And in life encounter things that help to make a leap in consciousness or are wholesome for body and mind. The information I find most interesting and the stories that I want to share, are published on this blog.
Dit bericht werd geplaatst in gezondheid en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s